to do list

De geschiedenis van Kampen in de Hanzetijd

Rond 1150 was er al houten bebouwing op de plaats waar het huidige Kampen ligt, maar de naam Kampen wordt in de geschiedenis pas genoemd in 1277. De stad kreeg stadsrechten in 1236, al is het best mogelijk dat Kampen, evenals Deventer, Steenwijk, Zwolle en Hasselt, stad is geworden door gewoonterecht. Aan het einde van de 13deeeuw werd de stad van verdedigingswerken voorzien.

De gunstige ligging aan de drukbevaren handelsroute tussen de Zuiderzee en de Rijn maakte dat Kampen zich al snel ontwikkelde van eenvoudige nederzetting tot welvarende handelsstad, die zou uitgroeien tot een van de machtigste en meest toonaangevende steden van Noordwest-Europa.

Kampen is in de Middeleeuwen rijk geworden door de handel  op de Oostzee, de zogenaamde Ommelandsvaart.

Kampen is pas laat, zo omstreeks 1440 lid geworden van de Hanze. Kampen ging al die tijd haar eigen weg en handelde zowel met de Hanze als diens concurrent Holland of Vlaanderen.

De stad had een eigen vloot en vormde verder geen bedreiging voor beide partijen, omdat de stad geen krachtige landsheer had en dus ook niet kon uitgroeien tot een machtige stad.

Pas toen de oorlog tussen de Hanze en Holland uitbrak, sloot Kampen zich uit veiligheid aan bij de Hanze

De grote bloeiperiode van Kampen lag in de periode van 1330 tot 1450. In deze periode werd de stadskern aanmerkelijk vergroot en verrezen vrij grote gebouwen in de stadsmuur, waarin ooit ruim 20 poorten hebben gezeten, werden stenen in plaats van houten huizen geconstrueerd en de loop van de “Burgel”(de huidige stadsgracht) werd verlegd, zodat de uitbreiding van het woongebied gerealiseerd kon worden.

In 1448 bouwde Kampen een  houten brug over de Ijssel- een van de eerste grote rivierbruggen van ons land- om de toegankelijkheid over land te verbeteren.

Tegen 1500 nam de welvaart af. Door de St.Elisabethvloed (1421) voerde de Waal meer Rijnwater af en nam de waterafvoer via de Ijssel af. Hierdoor werd steeds meer zand afgezet in de riviermonding, hetgeen de  toegankelijkheid van de stad voor zeeschepen bemoeilijkte.

Naast deze problemen zorgde de toenemende concurrentie van de Zeeuwse en Hollandse steden- vooral Amsterdam- voor de terugval van de Kamper  handel in de 16deen 17deeeuw.

In de eeuwen daarna vormden de veehouderij en linnenweverij de belangrijkste bronnen van inkomsten.

Met de komst van de firma Lehmkuhl in 1826 kwam de sigarenindustrie naar Kampen en ook de in 1851 gestichte Emaillefabriek Berk stimuleerde de economie.

Sinds 1975 is de binnenstad een beschermd stadsgezicht.

Het oorspronkelijke middeleeuwse stratenpatroon is nog steeds vrijwel geheel in tact. Van de oude ommuring resten nog slechts drie stadspoorten, waaronder de imposante Broederpoort.

Het oude centrum wordt gedomineerd door het deels uit de 14deeeuw daterende stadhuis( nu stedelijk museum) en de 17deeeuwse Nieuwe Toren.